Dagtochten in Frankrijk

In het volgende staan een paar tochten beschreven die we in 1997 gemaakt hebben toen we van Clermont-Ferrand naar Port-Barcarès (bij Perpignan) gefietst zijn, trekkend van camping naar camping. Om de zoveel dagen bleven we één of meer dagen ergens staan om een 'rondje' te fietsen, zonder bagage uiteraard (we konden dan de wat interessantere/zwaardere klimmetjes doen). Een paar van de mooiste 'rondjes' heb ik hier opgenomen; de 'verbindende' tochten — vaak ook heel mooi — zijn weggelaten. De tekst is een praktisch ongewijzigde weergave van ons dagboekje. Er staat meestal niet bij waarom het nou zo'n mooie tocht was.
NB 1. De afstanden zijn de totale dagafstanden, inclusief omwegen, op en neer naar een winkel of restaurant, etc. De 'echte' afstanden zijn meestal een paar kilometer minder. We bouwden bij de keus van onze routes als extra 'handicap' altijd in dat we s'middags in een restaurant wilden eten.
NB 2. De beschrijvingen zijn zonder de kaart erbij niet goed te volgen. De codes bij de plaatsnamen verwijzen naar het nr van de Michelinkaart (schaal 1:200.000) en de sector op de kaart volgens de op de kaarten gehanteerde terminologie. Dus [76,3SO] betekent: kaart 76, pli 3, de zuidwest(!)hoek (Ouest=west, Est=oost).
NB 3. Er zijn vaak varianten op de tochten mogelijk die ieder die de kaart bekijkt zelf kan bedenken — en die wij ook wel overwogen hebben. Maar op een gegeven dag kun je niet alles.....
NB 4. Er is geen garantie dat alle genoemde campings en restaurants nog bestaan.

Condat [76,3NO]; 57 km

Vanuit Condat langs de D679 naar Champs. Prachtige vergezichten over het dal waarin Condat ligt, en onderweg langs de steile helling mooie watervalletjes. In Champs uitermate lekker gegeten. (Overigens: vanuit Condat was het een beetje klimmen, daarna hoofdzakelijk dalen.)
Vanuit Champs omhoog langs de D22, via de Barrage de Lastouilles tot aan St. Genès-Champespe. Daarna dalen en wat op-en-neer over de D88/D62 door een mooi heuvellandschap; via Montboudif terug naar Condat (de laatste paar kilometers nogal steil naar beneden).

Murat [76,3SE]; Rondje Puy Mary, 80 km

Vanuit Murat langs de N122 — of waar mogelijk langs rustiger parallelweggetjes zoals de D439 — in ZW richting gefietst. Bij Super-Lioran (D67) een aardige klim, gevolgd door een werkelijk grandiose afdaling.
In St. Jacques-des-Blats van de grote weg af, de D317 op, via de Col du Perthus (1309 m). Vooral de afdaling was nogal steil, maar wel mooi. In Mandailles erg lekker gegeten.
De klim over de D17 naar de Puy Mary — of liever, de Pas de Peyrol — viel wel mee, en het uitzicht was prachtig. Daarna langs de D680 in NO richting naar beneden: ook heel mooi.
Via Chavagnac terug naar Murat (in Dienne de D23, in la Boissonnière de D31 naar rechts, in Farges de D39 naar rechts), dit om de nogal drukke D680 bij Murat te vermijden.

St. Affrique [80,13SE]; 68 km

Tochtje naar Roquefort — van de kaas — en over de Causse du Larzac.
Vanuit St. Affrique rechttoe rechtaan naar Roquefort, waar we de grotten/kaaskelders van de firma 'Papillon' bezocht hebben. In R. geen geopend restaurant te vinden: door naar Tournemire waar we wel konden eten (in het restaurant vonden we de meeste medebezoekers van de kaasgrotten terug: die waren sneller, want met de auto!).
s'Middags de causse ( = hoogvlakte) opgeklommen. Via Viala-du-Pas-de-Jaux (Tempelierstoren) met een enorme afdaling naar St. Eulalie, ook een oude Tempeliersvesting (wat nog steeds erg goed te zien is). Verder afgedaald (daarbij gehinderd door een kudde schapen) naar St. Rome de Carnon. Daar het dal uitgeklommen (5 km) en afgedaald naar St. Affrique.

St. Gervais-sur-Mare [83,4SO]; 84 km

Fantastische tocht door de Monts de l'Espinouse.
Vanuit St. Gervais de D22 de bergen in, van col naar col steeds hoger (zij het dat alle klimmetjes vrij vriendelijk waren en nergens de 5% overtroffen), met grandioze uitzichten en doorkijkjes en rotspartijen.
Col de la Pierre Plantée
Col de Madale
Col des Avels
Col de l'Ourtigas
Pas de la Lauze (de enige waarna we naar beneden gingen; niet veel, overigens)
Sommet de l'Espinouse, 1124 m, met een prachtig uitzicht naar het noorden.
Verder, langzaam naar beneden langs de D53 tot in Cambon, daarna weer wat klimmen tot de Col de Fontfroide (971 m). Vandaar naar beneden: 12 km à 7%, met een indrukwekkend uitzicht.
Beneden even Olargues ingedoken, daarna langs de D908 (op dat moment vrij rustig voor een hoofdweg) naar het westen, tot Camalou les Bains, door een redelijk vlak maar wel mooi dal.
Camalou les B. kon ons in het geheel niet bekoren: gelijk door in noordelijke richting, de Col de la Pierre Plantée over en daarna weer naar beneden, St. Gervais in.
Prachtige tocht!

Lacaune [83,3SO]; 75 km

Prachtige tocht met grootse vergezichten. Maar de tocht is alleen leuk als het niet zwaar bewolkt is, want dan fiets je voortdurend in de mist! Lacaune zelf ligt ook nogal hoog (tegen de 800 m), en met regenachtig weer is het daar vrij guur. Wij zijn er de afgelopen paar jaar vier keer geweest, en elke keer hebben we daar regen gehad
Langs de D81 afgedaald naar Viane. Daarvandaan zachtjes klimmend naar het N langs de D54; stukje D89 en D607 naar Roquecézière. Daar kun je lekker (en veel!) eten in het wegrestaurant. Tegenover dat restaurant gaat een paadje (plm 50 m) naar een grandioos uitzichtspunt.
De D33 op, richting St. Sernin-sur-Rance, maar na 7 km rechtsaf de D91 naar Belmont. (In Belmont kun je overigens ook voortreffelijk eten hebben we dit jaar gemerkt: als je op de hoofdweg in het dorp komt een stukje naar beneden fietsen, dan rechtsaf en je rijdt praktisch tegen het restaurant aan. De baas daar fietst zelf veel en weet dus wat je nodig hebt!).
Vanuit Belmont een vrij lange (14 km) maar niet erg zware klim via de Col de Sié (999 m) naar Lacaune (D32 — prachtig uitzicht).

Mas Cabardès [83,11NE]; 68 km

Tochtje door de Montagne Noire, een rustig en hier en daar nogal woest berggebied, met vrij weinig campings en restaurants; zelfs in het toeristische Lastours valt het wat dat betreft tegen. Maar de camping in Mas Cabardes is ruim en rustig, en in het vlakbijgelegen Roquefère is een voortreffelijk restaurant.
Via Roquefère en Labastide-Esparbaïrenque (steile klim) over de D9 naar Pradelles-Cabardès. (NB. De omweg over Cupservies is ook erg mooi; vergeet niet naar de waterval in Cupservies te kijken.) In Pradelles-Cabardès kun je besluiten om 'even' op en neer te gaan naar de Pic de Nore, waarvandaan je, bij mooi weer, een magnifiek uitzicht hebt over de laagvlakte tot aan de Pyreneeën. Mocht het hierdoor wat later worden, dan is er in Pradelles een eenvoudig maar goed restaurantje waar je kunt eten.
Korte variant:Als je de 'lange' variant teveel vindt, dan kun je de D112 naar het zuiden blijven volgen, richting Caunes-Minervois: een prachtige afdaling (het klimmetje over de Col de la Prade merk je nauwelijks!) door een ruig dal.
Langere variant:Vanuit Pradelles via Castans, Escandelle en Quintaine doorteken naar de D620: een weggetje met 15% klimmen en naar schatting 20% dalen (voor het eerst hebben we daar een afdaling gelopen!) — maar wel heel mooi.
Langs de D620 afdalen naar Caunes-Minervois, waar je voortreffelijk kunt eten. Verder langs de D620 naar Conques, (dit stukje is, in vergelijking met de rest, een beetje saai) en tenslotte langs de D101 terugklimmen (nou ja, wat heet: die klim mag geen naam hebben) naar Mas Cabardès. Je passeert dan Lastours, waar vier ruines op een rijtje staan (hoog boven op de rotsen, wel te verstaan).

Durban-Corbières [86,9 precies in het centrum]; 85 km

De camping in Durban is nogal steenachtig, maar in tegenstelling tot veel andere campings in de Corbière wel mooi vlak. Het restaurantje langs de hoofdstraat tegenover het loopbruggetje is erg goed. De Corbière is een ruig gebied met op de onwaarschijnlijkste plekken nog wel een wijnveldje. Het is er prachtig (vinden wij) maar het waait er vaak en hard, uit het westen (koel) of uit het oosten (warm). Er staan in dit gebied flink wat ruïnes van Catharenburchten.
Vanuit Durban over de D40 via Albas en de Col du Prat (klim mag geen naam hebben) naar Villerouge-Termenes. Langs de D613 en de Col de Bedos naar Mouthoumet (stevige klim, ook na de col nog). Daar kun je goed eten.
Een stukje terug, dan langs de D139 naar Davejean. Daarvandaan de Gorges de Torgan in (D123; maar eerst de D410 naar Maisons). Tenslotte via Padern en Tuchan over de Col d'Extrême terug naar Durban over de D611.
s'Ochtends vooral door 'kaal' maar mooi berglandschap gefietst, met overal nog druivenveldjes. s'Middags maakten de ruige gorges veel indruk. Vooral de kloof iets ten oosten van Padern is indrukwekkend.

Arques [86,7SE]; 66 km

Gelegen in een dal met rode aarde/gesteente, vooral goed zichtbaar als je vanuit het noorden Arques benadert (prachtige afdaling met zicht op heel het dal). Mooie camping bij een meertje (een beetje klimmen aan de ZO-kant van het dorp).
Over de D613 in oostelijke richting, de Col du Paradis over. Na de afdaling (die, evenals de klim niet bijzonder veel voorstelt) naar Mouthoumet geklommen om daar te eten (zie boven; voor ons was het intussen een week later).
Na het eten een stukje terug om rechtsaf via Lanet over de D212 de Gorges d'Orbieu in te fietsen: prachtig. Dan langs de D40 naar het westen, de Col de la Louviéro over. (Alternatief: sla in Montjoi linksaf, de D70 op: fikse klim!.) Als het weer meewerkt en je hebt genoeg tijd kun je in Villardebelle de D129 nemen om over de top van het gebergte naar Arques te gaan. Toen wij deze tocht deden begon het te regenen en te onweren, dus wij hebben dat niet gedaan: langs de D54 door Missègre en Valmigère langzaam (maar lang) klimmen, en dan een indrukwekkende afdaling (rode aarde en rotsen) naar Arques.

Arques — Bugarach v.v.; 40 km

Een rustig dagje met een culinair doel.
Via de D613 westwaarts — prachtig dal — en dan zuidwaarts via de D14 door Rennes-les-Bains (met nog een Romeins badhuis, rechts langs de weg voor je het dorp inkomt) naar Bugarach. Daar heerlijk gegeten (we waren er al eens eerder geweest); na het eten een rondje door het dorp met de kok achterop de tandem (hij fietst veel, en als je hem te spreken kunt krijgen heeft hij nog wel een paar aardige tips).
Daarna zat er (voor ons) weinig anders op dan langs dezelfde weg terug te gaan: toch ook mooi met grote berg-partijen, heel anders uitzicht dan op de heenweg.

———