Met dezelfde Kracht kan ook een vermogen worden ingezet. Het toegevoegde Element
[.....]vormen met de zes Krachten en de Elementen zowel de hormoonprikkels als de zenuwprikkels. Deze Kracht die door een regelcentrum van de hypothalamus gebruikt wordt tijdens de vorming van de prikkels is ook nodig voor de inzet van een vermogen. De zes regelcentra van de hypothalamus vormen naast de basis-zenuwprikkels ook hormonale prikkels met een ontvangen Kracht als basis. Deze prikkels worden vanuit het regelcentrum toegevoegd aan het bloed en opgenomen door de weefselcellen van het lichaam die gevormd zijn met een overeenkomstige Kracht. Deze delen
[.....]het hoofd, de nek, de voorkant van de romp, de rugkant, de armen, de benen, de handen en voeten. Deze lichaamsdelen vormen daardoor een weerspiegeling van de vermogens. Klik voor een schematisch overzicht op: De weerspiegeling van de vermogens.
Een toegevoegd Element maakt het mogelijk dat vermogen meer of minder te versterken. De regelmatig terugkerende gedachten bepalen daarbij welk Element aan de Kracht wordt toegevoegd. Bij een sterk aanwezige voorkeur voor een vermogen produceert een regelcentrum meer hormonale basis-prikkels. [.....] regelmatig [.....] sgevoel wordt het daarbij behorende Element toegevoegd aan de Kracht. De hormoonprikkels die daarmee gevormd zijn worden opgenomen door de weefselcellen die gevormd zijn met dat Element en die toegevoegde Kracht
[.....]nemen [.....] Het effect daarvan op de weefselcellen is een lichamelijke Een regelcentrum van de hypothalamus vormt meer hormonale basis-prikkels als er een sterke voorkeur is voor een bepaald vermogen en gevoel. [.....] van de voorkeur voor een [.....] Klik voor een schematisch overzicht op: De weerspiegeling van de vermogens-voorkeuren.
Vijf Krachten kunnen elk verbonden worden met vier verschillende Elementen, en een zesde Kracht met drie van de zes Elementen. De voorkeur voor een gevoel bepaalt daarbij het Element dat toegevoegd wordt aan de Kracht tijdens de inzet van een vermogen. Hierdoor worden de gevoelens lichamelijk weerspiegeld. De gedachten
[.....]Bij een sterk voorkeursgevoel wordt het daarbij behorende Element toegevoegd. [.....] weerspiegelen de voorkeuren voor een vermogen. De [.....] waarmee het vermogen wordt ingezet geeft [.....] de sterkte van een vermogen [.....] hangt samen met [.....] Deze prikkels zijn vergelijkbaar met de hormonen somatine, adrenaline en noradrenaline die ook in het bijniermerg worden geproduceerd. [.....] en geven de hormoon-prikkels door via de doorbloeding van de [.....] organen die doorbloed worden hebben een vergelijkbare functie op de cellen van
[.....]en de huidcellen
Daarnaast worden er ook basis-prikkels gevormd die doorgestuurd worden via het motorisch zenuwstelsel, de [.....] De [.....] die vanuit deze centra gevormd worden vormen de aanzet tot het vormen van deze basis-prikkels waarmee de zes vermogens ingezet kunnen worden.
De basis-prikkels worden vanuit de hypothalamus ook doorgestuurd naar een zenuwcelkernen in de hersenstam die daarmee hun eigen zenuwprikkels en/of hormoonprikkels vormen.
[.....]die gevormd worden voor de inzet van een vermogen. Deze hersenstam-kernen [.....] Deze zenuwprikkels beinvloeden [.....] De hormonale-prikkels worden opgenomen in het bloed. De besturing van deze prikkels vindt plaats vanuit de hypothalamus via het limbische systeem waarin een blauwdruk is opgenomen van het lichaam. Deze worden gestuurd naar de plekken in het lichaam die samenvallen (?) met de manier waarop het lichaam bestuurd wordt.
De gevoelens van anderen kunnen ook waargenomen en herkend worden. De woorden en het gedrag van een ander roepen gevoelens bij ons op. Als dit stimulerende gevoelens zijn wordt dat prettig gevonden. Als er daarbij een belemmerend of machteloos gevoel ontstaat wordt of een
[.....]wordt beoordeeld welk gevoel er daarbij ontstaat
[.....]Wat de een als ‘goed’ labelt kan een ander etiketteren met ‘fout’. Het verschil ontstaat door de mate waarin de vermogens ingezet worden waarbij de gewenste voorkeursgevoelens bij zichzelf worden waargenomen. Degene die een [.....] krijgt bij hetgeen een ander zegt of doet, vindt dat
[.....]als gevolg van een [.....] reacties [.....] verbindt aan die reactie het patroon met het het etiket ‘fout’.
De ‘foute’ patronen met het [.....] worden vermeden. Ze worden gezien als geinspireerd door de duivel, of door het lagere in de mens. Het probleem doet zich voor dat wat de een als [.....]. Dat hangt samen met de (geloofs)overtuigingen die een onderdeel vormen van het bewustzijn. Mensen met dezelfde overtuigingen zoeken elkaar op voor een bevestiging van hun overtuigingen. Ze gaan elkaar bestrijden zodra blijkt dat hun overtuigingen niet met elkaar overeenkomen. Zonder inzicht in de basis-patronen van een ander blijft de strijd voortduren. Het recht van de sterkste gaat dan gelden.
Zolang de eigen overtuiging een stimulerend gevoel geeft, is er geen behoefte aan zelfonderzoek. Zonder zelfonderzoek wordt het niet duidelijk dat elk aanwezig belemmerend gevoel, machteloos gevoel of elke angst gebaseerd is op een persoonlijk reactie-patroon. De patronen worden dan herhaald zodra zich een vergelijkbare situatie voordoet.
Om de herhaling van patronen kwijt te raken is er een bewustwording nodig van gevoelens, wensen en gedachten die samenhangen met de etiketteringen.
Dit kan leiden tot psychische problemen.